Nederlands

Tifnit 2011

Op 21 juli in Brussel geboren van een Vlaamse moeder en een Franstalig Brusselse vader, op de dag dat heel België blijer was met de zege van Eddy Merckx op de Ronde van Frankrijk dan met de maanlanding, met een leven over de taalgrens heen, zij het in Vlaanderen, Brabant of Henegouwen, en met een studieloopbaan in Gent en een professionele loopbaan nu en Français à Bruxelles – Sire, uw land was misschien een kunstmatige constructie, maar ondertussen ben ik van uw land.

Sinds 2007 ben ik professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Sinds 2020 ben ik ook hoogleraar klinische psychologie en psychopathologie aan de Université de Lorraine in Nancy, Frankrijk. Ik ben zowel doctor in de Biologie (Fysiologie-Biochemie, Universiteit Gent, 1997) als doctor in de Psychologie (Psychologie Clinique et Psychopathologie, Université de Lyon, 2009). Ik deed een post-doc aan de University of Michigan aan het laboratorium van Howard Shevrin (Ormond and Hazel Hunt Laboratory for the Study of Conscious and Unconscious Processes, 2003-2005). Ik werkte drie jaren als psychologe met mensen met een psychotische problematiek aan het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus te Beernem. Ik heb ook een zelfstandige praktijk als psychoanalytica.

Mijn domein van reflectie en onderzoek is het domein van de “neuropsychoanalyse“, op het snijvlak tussen psychoanalyse en neurowetenschappen.

Passage stadhuis Kortrijk, bij toegang wetswinkel, met dank aan Bieke Vanbeckevoort

*Alphaville Ariane Bazan Documentaire

HOOFDSTUK 1: Kä faire? Spoken in de stem
HOOFDSTUK 2: De ruimte van het psychisch apparaat
HOOFDSTUK 3: Enjoy! Over genotsmanagement
HOOFDSTUK 4: Van psychoanalyse naar neuropsychoanalyse

*Brussel Deze Week, ‘Culturele Aanraders’, 12.11.2008

*Gemeenschapsonderwijs, 2011

8 thoughts on “Nederlands

  1. Geachte Professor,

    om te beginnen: respect voor uw werk, ik hoorde u voor de eerste keer spreken in Antwerpen (Garant) 3 weken geleden en ik vind u geweldig. Bijzonder origineel, boeiend, meeslepend en inspirerend. Inhoudelijk: ik was onder de indruk van uw presentatie en u zit zonder twijfel op een geweldig belangrijk spoor: de intersectie psychoanalyse/neurowetenschappen.
    Ik ben zelf psychiater en analyticus, aangesloten bij de Belgische School.

    Ik stuur u deze reactie naar aanleiding van de open brief in De Morgen over euthanasie. Ik vind het jammer om het te moeten zeggen over dit geweldige initiatief, maar ik denk dat het ook een gemiste kans is. Vorige week was ik op een seminarie van de School met 10 deelnemers (Ferenczi) en alle deelnemers hadden een groot probleem met euthanasie op grond van psychisch lijden. Daarom is het jammer dat deze open brief niet meer verspreid raakte om te ondertekenen (door professionals); ik denk dat de kans groot is dat het een duizelingwekkend aantal handtekeningen zou kunnen opgeleverd hebben en daardoor ineens veel meer gewicht in het debat. Persoonlijk sluit ik me overtuigd aan bij deze brief en ik vind het echt jammer dat ik niet de gelegenheid had om mee te ondertekenen. Ik denk dat ik voor velen spreek met deze opmerking.

    Los daarvan, niets dan lof voor uw werk en uw (absoluut noodzakelijk) initiatief; persoonlijk denk ik dat euthanasie omwille van psychisch lijden conceptueel een aberratie is die niet logisch kan gefundeerd worden.

    Met hartelijke en vriendelijke groet,

    Wim Vanmechelen
    Haacht
    Psychiater

  2. Geachte professor, met enorme belangstelling heb ik gisteren als student geneeskunde in de UHasselt uw lezing bijgewoond. De ‘vitesse’ waarmee uw eloquentie ons bleven prikkelen en de manier waarop u de Nederlandse taal beter lijkt te beheersen dan menig Vlaams spreker blijven nog nazinderen. Daar waar ik initieel eerder sceptisch ingesteld naar uw lezing kwam moet ik toegeven dat u me grotendeels heeft overtuigd van uw mening middels uw vakkundig onderbouwde uiteenzetting. Mag ik vragen of het mogelijk is uw powerpoint-presentatie te krijgen, eventueel in pdf-vorm als u dat liever heeft? Alvast hartelijk dank, Bollen Jürgen (student geneeskunde)

    • Beste Jürgen Bollen, veel dank voor dit steunend bericht. Fijn dat iets/veel is overgekomen!
      Voor mij was het precieze betoog van Dr. Joris Vandenberghe belangrijk: bij een volgende gelegenheid wil ik mijn argumenten in verband met de autonomie van het psychische aanscherpen. Dit soort intellectuele uitdagingen zijn belangrijk.
      Ik heb aan de Universiteit Hasselt een powerpoint beloofd en zal U die ook toesturen (niet de eerste dagen).
      hartelijke groet,
      Ariane Bazan

  3. Geachte mevrouw,
    Bedankt voor uw artikel in de DS van vandaag 28 mei 2020. Zo juist…
    Ik moest denken aan een verhaal dat ik hoorde, en dat mij een mooie illustratie leek van de kern van uw artikel. Ik noteerde het vorig jaar en kopieer het hieronder.
    Met achting,
    Guido Vanhercke
    *
    “De vrouw, nu op leeftijd, deelde met de man een verliefdheid toen ze pubers waren. Niks groot, wat gekus en geaai. Maar haar tirannieke vader wilde niet van de jongen weten. Hij sloeg haar vaak, en soms sloeg ook de moeder. Daarom trouwde ze maar met iemand anders, die een brute dronkaard bleek te zijn. Pas na 20 jaar, toen haar zoon volwassen was, ging ze van hem weg. Nu is ze veel ouder en heeft ze haar jeugdliefde teruggevonden op Facebook. En nu wilde ze bij hem op bezoek komen om te vertellen wat zijn woorden voor haar betekend hebben. Hij was het die tegen haar, meisje van een agressieve, verwijtende thuis, gezegd had dat hij haar graag zag. Heel graag zag. Die woorden hebben haar gered in haar hoofd, vertelt ze hem en de tranen lopen uit haar ogen. Telkens het misging met haar man, klampte ze zich vast aan wat toen is gezegd, aan dat wat ze zich zo duidelijk wilde en kon herinneren: dat iemand gezegd had dat hij haar graag zag…”

    • Geachte Heer Vanhercke,
      Dank voor deze ontroerende getuigenis. We onderschatten de draagkracht van woorden, doorheen de tijd. Ik zou zelfs durven zeggen: doorheen de generaties, voorbij de dood.
      alle hartelijks
      Ariane

  4. Geachte mevrouw Bazan,

    Als Nederbelgische woon ik al 18 jaar in Antwerpen en tot mijn schande las ik pas heden een column van u in De Standaard De inhoud ontroerde me zeer. U bent in staat om woorden te geven aan wat wezenlijk is in alle tijden, en zeker ook in deze huidige, om ons te ontwikkelen als beschaving. Liefde is de bedding waarin alles kan gedijen. Dank voor uw woorden, ze zijn me uit het hart gegrepen.
    Marijke Brouwer

  5. Geachte mevrouw Bazan,

    Ik geniet van de ethische opvattingen die klinken in het interview in de NRC. Ik denk met u dat veel van het Corona verzet een gevolg is van de morele onderdrukking van wat, ik laagopgeleiden en laagverdienenden noem. Kent u het werk van Dr. Suzanne Taüber van de RUG?
    In mijn huidige commentaren werp ik de vraag op of die morele superioriteit eenzelfde effect heeft als pestgedrag op scholen en werk. Zo ja, dan tast dat het mensbeeld van deze mensen aan; dat leidt tot verzet.

    Bij mijn schrijverij voor de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants heb ik het idee van de boven- en ondergeschikte normen en waardensystemen bedacht. Accountants zetten hun fundamentele principes aan de kant als zij ook verantwoording afleggen aan/in andere dominante normensystemen. Ik beredeneer dat aan de hand van de speltheorie en de verzamelingenleer. Een manier van denken die ik erg mis in/bij de sociale wetenschap. Veranderend gedrag heeft alles te maken met veranderende omstandigheden. Echter, basisgedragspatronen, zoals de behoeften aan veiligheid en stabiliteit zijn genetisch vastgelegd. Ik stuur u een beknopt stukje uit 2007, ‘strategisch gedrag’, mee. Daarin leg ik uit hoe dat dat m.i. werkt.
    Overigens denk ik dat ook het verlies aan vertrouwen in de wetenschap verklaarbaar is. De heksenvervolgingen waren het gevolg van een gebrek aan kennis, het verzet tegen Corona e.d. kan een gevolg zijn van een overmaat aan kennis, die niet meer te bevatten is voor een groot deel van de bevolking en waar iemand zich dan voor afsluit. Nog meer uitleggen heeft dan weinig zin. Anders uitleggen wellicht wel.

    Hartelijke groet,
    Toine Goossens, Utrecht

    Strategisch gedrag, de speltheorie

    De speltheorie geeft inzicht in strategisch gedrag. In eerste instantie is in het midden van de vorige eeuw het ‘Prisoners dilemma’ gestipuleerd. De essentie van het dit dilemma is dat als twee personen kiezen tussen het verraden van de ander, dus kiezen voor je zelf, of zwijgen in beider belang, de keuze altijd op het zelfbelang zal vallen.

    In 1979 toonden wiskundigen aan dat Tit-for-tat, voor de gedragsanalyse wordt in dat geval niet uitgegaan van èèn enkel contact, maar op het doorlopend hebben van contacten, in strategisch opzicht veruit superieur is aan gedrag op basis van het prisinors dilemma. Weerkerende contacten maken het profijtelijk om te investeren in vertrouwen. Op grond van tit-for-tat kon worden verklaard waarom samenwerking de betere strategie is.

    Steeds nieuwere theorieën en modellen, met als laatste de ‘Firm but fair’ theorie, laten zien dat altijd samenwerken, altijd vertrouwen hebben in elkaar, ook als de ander schijnbaar vals speelt, tot het beste resultaat leidt.
    Er is echter één belangrijke beperking. In een systeem dat gebaseerd is op louter vertrouwen, winnen alleen die actoren die (ook) vals spelen en niet de actoren die dat niet doen. Met als gevolg dat steeds meer actoren vals zullen gaan spelen als er geen correctiemechanisme is.

    Een samenleving is stabiel als er evenwicht is tussen vertrouwen hebben en vals spelen. Het vals spelen is beheersbaar. In een niet stabiele samenleving is het evenwicht verbroken en gaan steeds meer actoren vals spelen.
    Een stabiele samenleving wordt gekenmerkt door een gezonde manier van zelfbelang. Het is in het eigen belang van actoren om in een goede verstandhouding te staan tot alle anderen waarmee regelmatig contact is en waarbij er sprake is van een zekere mate van afhankelijkheid. Een afhankelijkheid waarin ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ tot wederzijds voordeel leidt.
    De onstabiele samenleving wordt gekenmerkt door een ongezonde manier van zelfbelang, zelfzucht. Pakken wat je pakken kunt. Het zelfbelang prevaleert boven het gemeenschappelijk belang.

    In een crisissituatie als een oorlog is een verschuiving naar ongewenst gedrag makkelijk te verklaren. Welke veranderingen leiden echter in onze schijnbaar stabiele samenleving (2007 TG) tot de grote groei van ongewenst gedrag?

    Leven in sociale samenhang, in groepen

    Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is de publieke ruimte als gevolg van de toenemende mobiliteit (veel verder reizen in dezelfde tijd) sterk in omvang gegroeid. Door de digitale communicatie in de laatste twintig jaar is de omvang van de publieke ruimte geëxplodeerd.

    Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat sociale contacten op een heel andere manier tot stand komen en worden ingevuld. De wereld globaliseert, komt dichterbij dan ooit. Tegelijk verdwijnen de vertrouwde, binding brengende contacten in de nabije sociale omgeving.

    Deze processen hebben een belangrijke invloed op van oudsher werkzame gedragscorrigerende mechanismen en daarmee op het ontstaan van normbesef en ethiek.
    Normbesef en ethiek dé leidraad in persoonlijke (hechte) netwerken, werken (nog) niet in digitale netwerken en niet (niet meer) bij de onpersoonlijke contacten in grote publieke ruimtes.

    Bij lage mobiliteit, denk aan een dorp in de jaren 60 van de vorige eeuw, of aan een dorp in het Rif gebergte, is er sprake van een sterke overlap van verschillende persoonlijke netwerken. Gezin, straat, buurt, je komt elkaar continue tegen bij bakker, slager, groenteboer, verenigingsleven, school, kerk et cetera. Je ontmoet steeds dezelfde mensen. Het is een groot geheel van kleine, wat grotere en nog wat grotere netwerken, verzamelingen, met als kenmerk een zeer grote mate van overlap.
    Die overlap tussen deze verzamelingen maakt het voor een individu rendabel én dus aantrekkelijk om te investeren in positief gedrag. De speltheorie laat zien dat positief gedrag de meest succesvolle strategie is.
    Bij sterk samenvallende verzamelingen, zoals hechte groepen en gemeenschappen leidt vals spelen tot uitsluiting. Vals spelen blijft daardoor binnen zekere grenzen.

    De explosie van de publieke ruimte, de versnippering en fragmentatie van de samenleving, biedt in tegenstelling daarmee volop ruimte voor vals spelen. Dat is wat wij nu zien gebeuren.

    Er zijn niet alleen minder persoonlijke netwerken, maar vooral ook ontmoeten wij steeds minder dezelfde personen in onze netwerken. Wel participeren wij wereldwijd in nieuwe, veelal digitale, onpersoonlijke, netwerken. Netwerken op afstand waarin de oude vertrouwde correctiemechanismen in hechte groepen niet meer werkzaam zijn.

    De samenleving kiest met de onthechting voor de uitdagingen en kansen. Het is de vrijheid van keuze en mogelijkheden die wenkt. Het is de keuze voor openheid in plaats van de beslotenheid van hechte groepen.
    Door deze ontwikkeling verliezen wij echter ook de veiligheid van het lid zijn van een hechte groep. De toenemende fragmentatie heeft tot gevolg dat wij ons nergens meer veilig voelen, overal tegen zijn en continue om verantwoording van gedrag en handelingen van anderen vragen.
    Hoe onafhankelijker wij van elkaar zijn, hoe minder verdraagzaam wij zijn.

    Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van de toenemende mobiliteit, de digitale communicatie, de eenvoud van het vinden van gelijkgestemden of geïnteresseerden en de toenemende vrijheid voor het maken van keuzes daardoor.

    Elke samenleving, iedere cultuur, elke organisatie heeft hier in meer of mindere mate mee te maken en zal een soortgelijke veranderingen ondergaan.

    Toine Goossens, 2007

  6. Beste Toine Goossens, Dank voor uw interesse en voor uw uitgebreid antwoord. Ik weet niet zeker of basisbehoeften zoals die aan veiligheid, en m.i. toch al zeker niet die aan stabiliteit (is die er uberhaupt?, genetisch zijn, maar voor het overige denk ik dat ik me wel een weg kan vinden doorheen uw denken. Ik vind het mooi dat blijkt dat vertrouwen, ook wanneer de andere valsspeelt steeds de beste strategie is, maar dat hiervoor een extern correctiemechanisme nodig is om het systeem te stabiliseren. Het doet me denken aan het ‘je dis toujours la vérité’ van Lacan, die clinici ertoe aanzet steeds de woorden van de patiënt ernstig te nemen, of hier nu ‘leugen’ of niet aan de orde is, om verschillende redenen maar ook omdat vertrouwen de enige begaanbare weg is, soms tegen wil en dank. Maar het lijkt me ook een aanduiding te zijn dat gezien er geen interne garantie op redelijkheid in de mens kan zijn, uitwendige instellingen, die het gevolg zijn van de cultuur, het syteem leefbaar moeten houden. De mens kan niet redelijk zijn maar wel instellingen uitvinden die zorgen voor grotere redelijkheid, zoiets. met vriendelijke groeten, Ariane Bazan

Leave a Reply to Marijke Brouwer Cancel reply

Your email address will not be published.