Is de slinger van #MeToo doorgeslagen?, Bieke Purnelle en Ariane Bazan

Is de slinger van #MeToo doorgeslagen?

Anderhalf jaar na de schok van #MeToo zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld nog steeds geen beleidsprioriteit, stelt Bieke Purnelle vast. Ariane Bazan hekelt de manier waarop er naar de verschillen tussen mannen en vrouwen wordt gekeken.

Van twee zinnetjes krijg ik de jongste maanden regelmatig acute hartkloppingen. Niet zozeer omdat ik het er niet mee eens ben, maar vooral omdat ze pertinent onwaar zijn. ‘Je mag niks meer (zeggen)’ en ‘De slinger slaat door’. Ze bekken goed, ze zijn populair, maar ze zijn aantoonbaar onjuist.

Je mag namelijk nog steeds alles zeggen. Wie daaraan twijfelt, moet maar eens langs de Vlaamse internetfora en cafétogen struinen: de grofste praat is er de norm. Wie minderheden en vrouwen beledigt, wordt niet gearresteerd of met pek en veren buiten gedragen, hooguit al eens tegengesproken. Mensen die beweren dat ze niets meer mogen zeggen, bewijzen doorgaans net het tegendeel door meteen ongecensureerd te zeggen wat ze zogenaamd niet meer mogen zeggen. Wat ze wellicht bedoelen, is dat de mensen die ze altijd ongegeneerd mochten beledigen, tegenwoordig al eens iets terugzeggen, en dat ze dat vervelend vinden. Weerwerk is lastig voor wie het niet gewend is.

Anderhalf jaar nadat de hashtag #MeToo de gemoederen beroerde, lezen en horen we nu vooral dat ‘de slinger doorslaat.’ Daarmee wordt bedoeld dat we nu ook weer niet moeten overdrijven wat dat grensoverschrijdende gedrag betreft. Dat we met al dat gezeur arme, weerloze en onschuldige mannen valselijk beschuldigen. Zo gaat het wel vaker met ongemakkelijke waarheden en vaststellingen. We zetten ze liefst weg als overtrokken en opgeklopt, en klasseren ze waar ze ons niet lastigvallen, waar we ze niet hoeven te zien, laat staan dat ze ons zouden aanzetten tot reflectie en actie.

Echte cijfers

De statistiek laat nochtans weinig ruimte voor twijfel: 85 procent van de vrouwen is ooit lastigvallen door een man. (Het spreekt vanzelf dat niet iedere man een dader is.) We stellen alleen droogweg vast dat een ontstellende meerderheid van de vrouwen last heeft van seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag. We weten sinds kort dat ook mannen slachtoffer worden van seksueel grensoverschrijdend gedrag, en dat ook vrouwen zich er schuldig aan maken, maar we hebben moeite om de verhalen van die slachtoffers ernstig te nemen.

Elk dag worden er in België acht verkrachtingen aangegeven. Naar het reële aantal hebben we het raden, maar gezien de schroom mogen we aannemen dat het onaanvaardbaar veel hoger ligt (een tienvoud, schatten experten). Een slordige 4 procent van de plegers wordt veroordeeld. De strafmaat valt te vergelijken met die voor schriftvervalsing. Iemand aanranden achten we in dit land dus even problematisch als een handtekening nabootsen. Inzake de vervolging en bestraffing van seksueel geweld hoort België bij de zeven slechtst scorende Europese landen: 44 procent van de verkrachtingszaken worden geseponeerd zonder gevolg.

Het zijn geen gezellige cijfers, en ik snap dat we ze liever niet lezen, maar ze zijn echt.

Ongeloof en buikgevoel

Het zou handig en constructief zijn als we het over die cijfers konden hebben, in plaats van over het buikgevoel en het ongeloof van mensen die vinden dat het allemaal wat overdreven wordt. Waar zijn de grootschalige actieplannen ter preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer en in de sport? Waar zijn de verplichte vormingen, de expliciete doelstellingen, de duidelijke criteria voor welzijn op het werk? Waar precies staan seksueel gedrag, gelijkheid van man en vrouw, wederzijds respect voor persoonlijke en fysieke integriteit duidelijk omschreven in de eindtermen van ons onderwijs?

De nuchtere vaststelling, anderhalf jaar na de schok, is pijnlijk genoeg dat seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld nog steeds geen prioriteit zijn, alle nerveuze slingers ten spijt.

#MeToo is geen vrouwenkwestie en het is geen battle of the sexes. Het is een zaak van algemeen belang. Het gaat over fundamentele mensenrechten en over wat voor samenleving we willen zijn. En het is te belangrijk om over te laten aan de ongefundeerde meningen, de verontwaardiging of de ­gekwetste gevoelens van mensen die nooit eerder hoefden na te denken over hun bevoorrechte ­positie, en aan wie nu voor het eerst ­beleefd wordt gevraagd dat eindelijk eens te doen. Daar gaan ze heus niet van dood. Het ruïneert noch hun carrière, noch hun geestelijk welzijn.

De slinger moet nog een paar stevige tikken krijgen voor hij echt in het midden komt te hangen.
Bieke Purnelle

Freelancejournaliste en columniste

#MeToo ontkent en verscherpt verschil m/v

De vele vrouwen en mannen die hun intimiteit met mij als psychologe hebben gedeeld, brengen me tot de vaststelling dat, door de band genomen, vrouwen een moeilijker parcours tot seksueel plezier afleggen dan mannen. Ze komen in hun leven pas zowat tien jaar na mannen tot masturbatie, ze masturberen (veel) minder, ze weten niet steeds wat een orgasme is, ze hebben veelal weinig toegang tot de ideeën die ze zelf aanwenden om klaar te komen.

Wanneer ze, bij zo’n therapeutisch parcours, bewuster snappen hoe ze tot plezier komen, worden ze krachtiger. Neem het voorbeeld van een vrouw die ontdekt dat het steeds denkbeelden van vernedering zijn die haar tot klaarkomen brengen. De veiligheid van de consultatie geeft haar de ruimte om die ideeën, die nochtans dwars staan op haar sociale waarden, te verkennen zonder onmiddellijk op zichzelf in te hakken met moraliserende veroordelingen.

Zo kunnen vrouwen tot meer minzaamheid voor de eigen seksuele beleving komen. Bijna steeds gaat dat gepaard met een actiever en bevredigender seksueel leven. In het geval van die dame verdwenen geleidelijk aan ook de bittere ervaringen van sociale vernedering – alsof mentale noden nu elders, in de intimiteit, al tot rust zijn gekomen en geen sociale tol meer opeisen. Seksuele emancipatie, zo merk ik, gaat vaak gepaard met professionele kracht en vooruitgang.

Het lijf wil ook iets

Als hardcorefeministe zie ik twee obstakels die de #MeToo-beweging soms in de weg van die emancipatie kan leggen. Dat is niet zozeer dat het lijf niet als object wordt onderkend. De opwinding en de begeerte van de ander voor het object – in het bijzonder voor alle welvingen, openingen en uitscheidingen, alles wat soms liever niet als deel van dat eigen lijf gezien wordt – maakt dat lijf draaglijker en dus lichter. Maar wellicht wordt alleen in misbegrepen feminisme de aandacht voor het lijf als object per definitie als schadelijk beschouwd.

Nee, een eerste obstakel is dat de moeilijkere weg tot seksuele emancipatie volledig aan sociale en historische factoren wordt toegeschreven. Het idee dat seksualiteit een louter sociaal construct is en niets met biologie te maken heeft, is al even absurd als de omgekeerde bewering, dat seksualiteit niets met sociologie en alles met biologie te maken heeft. Behalve socioculturele elementen speelt ook anatomie een rol, hoewel geen van beide het verhaal dicteren.

Als het bereiken van het plezier sterker afhankelijk is van toevallige interventies van anderen, zoals dat bij een vrouwelijke anatomie vaker het geval lijkt te zijn dan bij mannelijke, dan stelt dat grotere, of minstens andere, psychische uitdagingen. Om het even prozaïsch te zeggen: een penis wijst zichzelf in het gebruik duidelijker uit dan een clitoris. Toch dicteert de anatomie niets en met name niet dat het plezier sowieso voor iedereen met een mannelijke anatomie makkelijker zou zijn. Maar als we uit angst voor een anatomisch determinerend discours geen aandacht (mogen) hebben voor de gemiddeld andere uitdagingen die een vrouwelijk dan wel een mannelijk lichaam stellen aan de bewoner van dat lichaam, dan missen we een emancipatorische kans.

Moeten we dan verschillen?

Het tweede obstakel van #MeToo is de simultane ontkenning én verscherping van het concept van verschil. Zo zou de dichotome man-vrouwopsplitsing een sociaal construct zijn, terwijl er volgens die kijk een waaier aan geslachtelijke anatomieën en identiteiten zou zijn die slechts gradueel van elkaar verschillen.

Maar daarnaast komt in het discours iets verscherpt terug wat er eerst uit verbannen werd: een gepolariseerde opstelling tegenover mannen, het opeisen van inclusieve taal met het opnemen van vrouwelijke en mannelijke varianten, de transgendercultuur die niet het uitwissen van genderverschillen inhoudt maar die net benadrukt. #MeToo lijkt verschil te interpreteren als een mogelijkheid om alles te (kunnen) zijn, terwijl verschil nu net het tegengestelde impliceert, met name dat we niet alles van de ander door empathie kunnen begrijpen, dat er menselijke ervaringen zijn die niet door een graduele variatie van de eigen ervaringen invoelbaar zijn.

Dat aanvaarden is een essentiële mijlpaal. Het is pas de vaststelling van dat onvermogen dat ons kan brengen tot een beweging naar de ander, voorbij de empathie. Deze beweging is als een sprongetje in het ongewisse om die ander, die me fundamenteel bevreemdt, tegemoet te treden en in de eigen intimiteit te verwelkomen. En het is pas die onbaatzuchtige omhelzing van de ander, die ik liefde zou noemen.

Meer info vindt u op www.standaard.be/hetgrotegelijk

Ariane Bazan is Hoogleraar klinische psychologie (ULB) en columniste van deze krant.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *