De aanstekelijkheid van een prikje

Ariane Bazan

Donderdag 2 juni 2022 om 3.25 uur

Op het einde van de 19de eeuw genoot psychiater Jean-Martin Charcot, hoofd van de ­afdeling ‘geestesgestoorden’ in het Parijse ziekenhuis La Salpêtrière, een mediatiek succes. In zijn afdeling verbleven vrouwen die het etiket ‘hysterica’ droegen. Charcot maakte komaf met het hardnekkige idee dat die ­dames hun lijden zouden veinzen. Zo had de Britse arts Thomas Sydenham hen twee eeuwen voordien nog ‘de grote bedriegers’ genoemd.Hysterische en lichamelijke symptomen kun je vaak niet van elkaar onderscheiden. Soms vertonen patiënten verstijfde of verdoofde ledematen, maar geen enkel lichamelijk letsel kan die stijfheid of die anesthesie verklaren. Charcot, die graag in het openbaar optrad, kon dankzij een toestelletje op de arm, dat de minste beweging opschaalt, aantonen dat er bij een ‘hysterische’ verstijving niet de minste trilling was, terwijl dat wel duidelijk het geval is als je een vrijwilliger vraagt om zo’n verstijving te veinzen.Een andere keer prikte hij onverwachts met een naald in de arm van een patiënte met hysterische anesthesie: ze schrok niet op. ­Hysterica’s simuleren dus niet, zei Charcot: hun arm, om bij het laatste voorbeeld te blijven, is wel degelijk fysiologisch verstijfd of verdoofd.Het publiek en de medische ­wereld twijfelden. Charcot maakte op basis van de toen pas uitgevonden fotoreproductie een catalogus van de verschillende stadia van de ‘reguliere hysterische ­crisis’. Zo heette een van die stadia de ‘passionele kruisigingshouding’. Het viel confraters op dat die alleen bij de dames van La Salpêtrière voorkwam. Toen het fenomeen ook door een collega, zoals Hyppolyte Bernheim in Nancy, bij enkele van zijn patiënten werd opgemerkt, ging het over vrouwen die eerder een tijd in La Salpêtrière hadden verbleven. Ze nemen het van elkaar over, was de conclusie, en dan denken we automatisch toch aan simulatie.GroepsdrukOok op de weide tijdens het festival We R Young in Hasselt zou de ­paniek bij één jongere of enkele jongeren ontstaan zijn, die misschien wel of misschien niet een prik kregen. De emotie zou dan snel door anderen, wellicht zonder prik, zijn overgenomen en tot ‘massahysterie’ hebben geleid. Het ­lijden daarbij – de benauwdheid, de ademhalingsproblemen, het flauw­vallen – zijn echt.Hoe kun je nu ­gedrag van elkaar overnemen zonder te doen alsof? Charcot toonde aan dat onder hypnose ook niet-hysterische mensen hun arm kunnen stijfhouden zonder te trillen. Toch is hypnose geen fysieke ingreep, maar ­alleen een suggestie die we, veelal door omstandigheden van groepsdruk, hoge emotie of gezag, zonder kritiek aanvaarden. Dat idee – ‘ik ben verdoofd’ of ‘ik ben geprikt’, bijvoorbeeld – wordt zonder die controle een ‘vrije’ gedachte, die effecten in het lichaam kan veroor­zaken, zoals verdoving, maar ook ­pijn­reacties of zelfs flauwvallen.Het incident op de festivalweide maakt duidelijk dat mensen soms ­onkritisch elkaars mentale wereld over­nemen. In hechte groepen of bij felle emoties gaan ideeën makkelijker over van mens op mens, en uiteindelijk is ­iedereen er vatbaar voor. Wat journalist Stein Falk daar vorige week in het VRT-Journaal over zei, was opmerkelijk: ‘Je mag er niet aan denken dat op grote festivals deze zomer paniek of hysterie ontstaat of – het is ook moeilijk om er een verslag over te brengen’. Het was alsof Falk tijdens het spreken zelf de maat nam van de mogelijke impact van zijn woorden – dat hij zelf misschien wel mensen onbewust op het idee zou kunnen brengen – en daar even voor ­terugdeinsde.Diagnose voor ontredderingIedere mens kampt in zijn leven met onbestemde angsten, onvatbare mislukkingen en afwijzingen, en de onmogelijkheid om de vinger op de wonde te leggen maakt de gevoelens ellendiger. ‘Misschien ben ik wel gek aan het worden, of komt het nooit goed met me’, denken we soms. Maar dankzij de ­mogelijke oorzaken voor ontreddering die de ronde doen, en waar vaak een medische uitleg voor bestaat, kunnen we dat onbehagen concreet aan iets vastknopen. Dat lucht op en zo laten we die informatie onkritisch toe.Tegenwoordig doen termen als ­hyperactiviteit, burn-out, hoog­begaafdheid, hoogsensitiviteit of ­borderline de ronde. Als plots veel mensen tegelijk hun ontreddering aan zo’n diagnose verbinden, krijgen we, zoals bij fysieke aandoeningen, ware mentale epidemieën. Misschien verschilt zo’n epidemie niet zo sterk van de Hasseltse ‘massahysterie’ en wordt ze verspreid door mediati­sering, waar Falk al voor leek te vrezen.Zowel in het ene zowel als in het ­andere ­geval haalt niet een specifiek ­lichamelijk defect ons onderuit, maar wel de tijdloze moeilijkheid van wat het betekent om mens te zijn, en dat is wellicht zowel een vloek als een zegen.

In de greep van oud zeer

In de greep van oud zeer

Donderdag 28 april 2022 om 3.25 uur

Als jongen van zes kreeg Bart zijn eerste fiets en hij waagde meteen een ritje. Toen hij even later met bebloede knieën huilend naar binnen liep, lag zijn moeder in haar zoveelste roes languit in de zetel. Zoals wel vaker, bleef ze ook toen onbewogen en kil. Dertig jaren later is de jongen een ­robuuste man met een succesvol ­beroepsleven, maar met grote liefdespijn. Hij kruist het pad van verschillende vrouwen en meer dan één – meen ik te horen – zou graag met hem in zee gaan, maar hij houdt de boot af. Zijn keuze valt tenslotte op een introverte en kille collega, die hem dan eens wel, dan eens niet in haar bed toelaat. Elke nee komt als een verplettering, en is het bewijs dat hij niet aan de vroege vloek kan ontsnappen: de vrouwen die hij liefheeft, blijven soms onbewogen, ook als hij hen het meest nodig heeft.

De Amerikaanse psycholoog Edward Thorndike formuleerde een wetmatigheid die veronderstelt dat bevredigende of beloonde handelingen waarschijnlijker worden en dat onaangename of bestrafte keuzes verdwijnen. Dat lijkt een redelijke aan­name, die in het psycho­­lo­gische veld zeer populair werd. Toch is die stelling ook vreemd, omdat psychologen vaak net het tegenovergestelde meemaken in hun praktijk. Vaak maakt de mens van middelbare leeftijd met liefdes- of relatie­pijnen hetzelfde mee: de gekozen partner, hoewel op het eerste gezicht zeer verschillend van de vorige, blijkt toch ook weer afwijzend, onbereikbaar, kil, onbetrouwbaar of gewelddadig. Of de patiënt verandert van werk­omgeving en ook daar zijn collega’s of bazen steevast opnieuw hoogmoedig, autoritair of kwaadwillig. Alsof vroegere onaangename of bestrafte ervaringen veel eerder waarschijnlijker dan wel onwaarschijnlijker worden, Thorndike en zijn successen ten spijt.

Toch is dat niet zo verwonderlijk. ‘Maar dame X en dame Y, die leken het wel voor jou te hebben?’, probeer ik met Bart. ‘En je kunt niet zeggen dat het oninteressante vrouwen zonder charme zijn.’ ‘Dat is waar,’ zegt hij aarzelend, ‘maar ze kunnen me niet boeien.’ Hij legt de vinger op de wonde: alleen situaties of mensen die ons herinneren aan oud zeer, ­steken ons mentaal aan of ‘winden ons op’, ook al beseffen we dat niet bewust. Een eerder koele vrouw, die toch niet ongevoelig is voor zijn charmes, is dé perfecte match voor Bart. Als kind was zijn onmacht jegens zijn moeder traumatisch. Nu hij ­zoveel meer troeven heeft dan toen, is het alleen wachten op een gelegenheid om te tonen dat hij nu wel kan wat vroeger niet lukte: een afstandelijke vrouw tot liefde voor hem bewegen. Sterker, alleen die overwinning kan hem de mentale heling bieden voor het schokkende orakel dat hem sinds zijn kindertijd boven het hoofd hangt: dat hij vrouwen van zijn voorkeur niet tot liefde zou kunnen brengen.

Wat geldt voor Bart, geldt voor ons allen: oud zeer houdt ons in zijn greep. Om hem te parafraseren: we zijn geboeid door ons verhaal, ­gegijzeld door de trauma’s van onze geschiedenis. Thorndikes wetmatigheid houdt daar geen rekening mee. Zijn wetmatigheid ­beschrijft de redelijke mens zoals we graag zouden willen dat die is: op een mooie dag beginnen we met een schone lei en met voldoende wilskracht, herschrijven we ons verhaal. Dat soort wishful thinking houdt vast aan het ­geloof dat het verleden zich niet aan ons kan opdringen als we dat niet willen.

De actualiteit maakt pijnlijk duidelijk dat dat buiten de menselijke conditie is gerekend. In het indrukwekkende interview met Bruno Beeckman, oorlogscorrespondent in Oekraïne (DS weekblad 16 april) staat: ‘Het begin van dit conflict is belediging. De Sovjet-Unie viel uiteen, was een lijk. Wij hadden gewonnen, ­riepen we. En dan vonden we het ook nog eens ­nodig om op dat lijk te gaan dansen.’

Historische vernederingen zijn bijzonder traumatische krenkingen, en daardoor tijdbommen: doet zich een ‘goede gelegenheid’ voor om de geschiedenis te herschrijven en dus de krenking te helen, dan kan dat een nieuw conflict aansteken.

Zo’n historische lezing verhindert ook de makkelijke interpretatie van het kwade tegenover het goede. Bart is niet louter het slachtoffer van de onbarmhartige dames in zijn volwassen leven, hij herhaalt zelf keer op keer oud zeer dat onverwerkt bleef. Ook geopolitiek hebben we niet of niet voldoende werk gemaakt van het helen van ­oude krenkingen, door banden te smeden , door de waardigheid van de ­ander te blijven erkennen. Zoals Bart zijn ook wij mee ­verantwoordelijk voor wat ons overkomt.

De psychologische motieven van Poetin (en van het Westen)

De psychologische motieven van Poetin (en van het Westen)

Donderdag 17 maart 2022 om 3.25 uur

Maandag vroeg de Parijse politicoloog Jean-Vincent Holeindre op de radiozender France Culture hoe het komt dat het vooruitzicht van een oorlog in Europa lange tijd ondenkbaar was. De vraag sloeg niet op een verkeerde inschatting van de informatie van de Amerikaanse veiligheidsdiensten, die al langer voor de oorlog waarschuwden. Nee, zegt Holeindre, het gaat over een ‘filosofisch onvermogen om oorlog in Europa voor mogelijk te houden’. ‘Wishful thinking langs onze kant’, noemde de Leuvense hoogleraar Russische politiek Ria Laenen het, een wensdenken dat ook snel ‘een voorbarig optimisme’ over een mogelijke uitweg uit het conflict voedt.

Er spelen krachtige psycholo­gische motieven mee in Poetins strategie. Hij verwijst naar de ­geschiedenis van zijn land en naar de elementen van trots in het Russische verhaal als aanloop naar deze oorlog: het grote tsarenrijk, de rol van de Russen bij de overwinning op het naziregime in de Tweede ­Wereldoorlog. We luisteren met verbazing naar zijn beschuldiging van een ‘nazistische’ anti-Russische ­genocide in Oekraïne. Bij analisten in het Westen varieert Poetins diagnose van gehaaid tot krankzinnig, maar bijna altijd luidt het dat de man niet voor rede vatbaar lijkt.

Toch spelen misschien ook psychologische motieven mee in de westerse ‘naïviteit’ jegens de intenties van het Kremlin. We geloven graag en snel dat er binnenkort een kentering ten goede komt, maar hierin zijn we zelf misschien irrationeel. Heel Europa zat tenslotte midden in die geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog die Poetin ­bespeelt. Dat is ook buiten Rusland ­reden genoeg om het beeld van een derde wereldoorlog op Europese grond te weigeren. We hopen dat we met sancties, steun aan Oekraïne, en steun aan de interne Russische oppositie dat horrorscenario zullen afwimpelen.

De Russische dichteres en journaliste Maria Stepanova vertelt hoe Poetin na zijn herverkiezing in 2012 voor een enorme menigte in Moskou een toespraak hield, waarin hij de Russische dichter Michail ­Lermontov citeerde. Een van ­Lermontovs beroemdste gedichten gaat over de Napoleontische oorlogen, toen de Russen voor het eerst hun meningsverschillen opzijzetten om een vijand aan de poorten af te weren: ‘Wij zullen sterven voor Moskou, zoals onze broeders stierven.’ Toen Poetin die regel las, herinnert Stepanova zich, had hij tranen in de ogen.

Een kernoorlog kan niet gewonnen worden. Toch weegt dat zeer prozaïsche, zeer eenvoudige gegeven niet altijd op tegen menselijke onredelijkheid. We doen er goed aan te beseffen dat Poetin trots ­belangrijker kan vinden dan de ­eigen dood, of dan de dood van massa’s mensen in Europa, ook ­binnen Rusland.

Ook in het ‘beste scenario’, waarin de Navo terughoudend blijft, oogt de nabije toekomst schrikwekkend. De kans bestaat dat de beelden en getuigenissen uit Oekraïne met de dag ondraaglijker en huiveringwekkender worden, en dat de westerse niet-inmenging in de ­publieke opinie op steeds groter protest en grotere afschuw botst. Dat ‘beste scenario’ is er dus één waarin we in de kamer naast ons het gekerm van een gefolterde geliefde horen, terwijl we zelf een pistool ­tegen het hoofd hebben. Maar interveniëren zou inderdaad de deur openzetten voor een nucleair inferno, met evengoed onafwendbare ­catastrofes in de nasleep. Op een plotselinge en vreselijke manier herhaalt zich een ­patroon dat voor heel Europa in de Tweede Wereldoorlog bijzonder traumatisch was: ook toen werden onze broeders afgeslacht terwijl we er bijstonden en grotendeels niets deden.

Er is geen troost of geen verlichting voor die analyse. Maar mochten we er, bijvoorbeeld door diplomatieke onderhandelingen, toch in ­slagen die catastrofes grotendeels te voorkomen, dan is er winst. Door deze crisis ervaren we aan den lijve dat veiligheid, vrijheid en comfort bijzonder fragiel zijn, en daardoor wordt de politiek opnieuw een zaak van uitzonderlijk belang, met voorop het democratisch functioneren van het Europese collectief. Maar misschien nemen we ook de maat van een Europees onverwerkt verleden, nu we merken dat het zich ­onverwacht en in al zijn rauwheid kan herhalen.