Monthly Archives: June 2013

Blame Your Unconscious Mind For Your Own Actions

“Don’t blame your unconscious mind for your own actions” is a very interesting paper, my thanks go to the author, Tania Lombrozo. I cite her last paragraph: “It’s tempting to think that unconscious beliefs reflect what others “really” believe, that they reveal the true self. But why should unconscious beliefs be considered any more genuine than conscious beliefs, the ones over which we have more control? Is it reasonable to hold people responsible for their implicit beliefs, or their brain activity, even if it doesn’t translate into action?”

Of course your unconscious beliefs do not reflect what others or what you yourself really belief. Say for example someone comes to consult me because he can’t work, he has to do writing work and he doesn’t do anything but watching tv-series whole day long. After probably a long process, it may appear that he himself unconsciously very much wants to do nothing, wants to actively boycott his work. But this is not the “real” truth: the truth is as much that he consciously wants to work and that unconsciously part of him does not want to work; the truth is the subject is divided, continuously and changeably internally divided.

Moreover, we probably have more control on the conscious beliefs than on the unconscious, but we are not in control of them neither. But, the most important point to make is: yes it is reasonable – and more than that – necessary, ethically necessary, to hold people responsible for their implicit belief. Even if they can’t control directly neither their brain activity, nor their societal influences, yes, we should ask people to respond for their actions – because, fundamentally, asking them to respond, in and by itself, is enabling them, structurally, to take a part of control.

 

 

 

La fin des coupables?

Il s’agit, me semble-t-il, vraiment de l’idée de responsabilité dans un nombre de débats éthiques et politiques très actuels. L’idée serait qu’avec la modernité s’instaure l’accès à l’autonomie individuelle (l’intériorité) et avec ce changement aurait opéré au début du XXieme siècle une aspiration à un contrôle et une maîtrise de soi (et de ses pulsions). Donc dans un premier temps cet accès à l’autonomie – la possibilité du sujet de se penser autonome – serait allé de pair avec une (hyper-)culpabilisation (Freud, la religion). Peut-être dans un espèce de contre-coup du balancier on aurait alors évolué au XXième siècle, jusqu’à maintenant, à une déresponsabilisation (mais en maintenant l’idée de l’individu), sur le double versant du “ce n’est pas moi, c’est mon corps” et “ce n’est pas moi, c’est la société” (je suis victime de mes gènes, mes organes, mon temps, la société etc.).
Je pense, pour ma part, qu’il y a responsabilité singulière, quel que soit le corps et quelle que soit la société – et qu’on doit pouvoir être amené à répondre, même pour ce qu’on ne contrôle pas linéairement ou exhaustivement. Et je pense qu’une responsabilisation singulière est possible sans que ça ne mène structurellement à une hyperculpabilisation (ou à de l’obsessionalité comme le propose Pierre-Henri Castel ci-dessous). Mais je pense aussi que pour qu’il y ait possibilité d’assumer son implication subjective, on doit avoir accès aux outils qui permettent de la penser – ce qui n’est pas (encore) le cas, me semble-t-il.

voir: Pierre-Henri Castel à propos de “La fin des coupables” et du “Cas Paramord”

 

Wetgeving Euthanasie bij minderjarigen

in de discussie over euthanasie bij minderjarigen zou het goed zijn om ook expliciet het aspect erbij te betrekken dat onbewuste doodswensen van ouders jegens hun kinderen niet zeldzaam zijn, behoren tot de menselijke conditie. Onbewuste haat of agressie kan mensen compleet verblinden, dat hoor ik in mijn praktijk, en die verblinding kan niet zelden een zelfgenoegzame expressie vinden in het iets doen voor een ander ‘voor bestwil’, ‘om te helpen’. Bovendien reageren kinderen wel eens vaker ook op de onbewuste doodswens van de ouders door zelf ook dood te willen. Dit is niet steeds het geval en ik kan me (min of meer) voorstellen dat er gevallen zijn waarbij een kind of een jongere zozeer lijdt dat het echt zelf dood wil. Maar als we het principe systematiseren is het misschien belangrijk om rekening te houden met het volledige spectrum van het menselijke, en wat die aspecten betreft, stevige voorzorgsmaatregelen in te bouwen?

Rundskop en Geweld/Tête de Boeuf

We zagen “Rundskop” dit weekend in het kader van een weekend in Oostende over psychoanalyse en film van de Belgische School voor Psychoanalyse. Het komt me voor, in het bijzonder door mijn drie jaren als psychologe aan het psychiatrisch centrum van Beernem, dat de wereld van de hormonenmaffia en de illegale nebuleuze gewelddadige praktijken die ermee gepaard gingen (gaan?), een (onderkende, wellicht nog ongeduide) werkelijkheid is. Zo had ik toen als boutade dat ‘wat de Vlamingen zot maakt’ – voorbij het singuliere – in de eerste plaats te maken heeft met de twee wereldoorlogen, in de tweede met de kerk, maar ik zou daar wellicht in de derde plaats een weefsel van min of meer georganiseerde, vaak onopgeloste misdaadfeiten aan toe kunnen voegen. Ik herinner me één dierenarts – als patiënt opgenomen op latere leeftijd – die een heel dossier had over de moord op Van Noppen, en ook zijn eigen levensverhaal had neergepend, met o.a. een heel treffend ‘castrerend’ moment in de kindertijd. Maar ik herinner me ook een jongeman die al dan niet delirerend leek te getuigen over ‘beerputmoorden’ alsof hij iets daarvan rechtstreeks had waargenomen. Het onopgeloste van geweld, het geweld dat niet in de geschiedenis als dusdanig kon worden geduid, is wat verder gist, en tot krankzinnigheid en nieuw geweld leidt. Veel meer dan je zou denken. Er hoeft geen aanduidbaar onmiskenbaar beestachtig moment te zijn, zoals de Reële castratie van Jacky in de film, om mensen zot en/of ziek te maken. In de werkelijkheid bestaat het drama wel eens vaker zonder aanwijsbaar inauguraal moment van geweld, in zekere zin is in de werkelijkheid het drama van het dramatische dat er geen aanwijsbaar uniek causaal moment is.

Wat ik wil zeggen is dat die alom gelauwerde film stoelt op een Reële castratie als ‘evenement’, terwijl het evenement er inderdaad is, hoewel het elders is en op een minder spectaculaire, maar niet minder effectieve wijze (de misdadige onderwereld en de onopgeloste misdaadfeiten). De paradoxale vraag is: klaagt de film de hormonenmaffia aan of trekt die op zeer handige (wellicht niet bewust kwaadwillige) wijze een rookgordijn op?

Ik vond dat ook het communautair thema in de film een soortgelijke paradoxale behandeling kreeg: de grappige karikaturalisering ervan (‘Vlaams gezang’ etc) kan lijken op een soort van aanklagen (“wij weten wel beter”, “we doorprikken dit hier eventjes”) maar het lijkt meer op het opstrijken van een pluim voor openheid en progressiviteit dan over om het even wat anders, wat iets in beweging zou kunnen zetten (bv. een scherpstellen, een vertragen, een analyse, een bewerking, een investering van het denken, …) Enfin goed, hoe meer ik erover nadenk,  hoe meer ik vind dat ‘Rundskop’ ook doorspekt is van makkelijkheid. Maar in de algemene bewieroking van de film is het moeilijk het denken vrij te houden.

Ça m’a encore beaucoup travaillé dans l’après-coup et mon opinion s’est finalement arrêté à: je n’ai pas trouvé ‘Rundskop’  aussi impressionnant que ce que les critiques en ont dit. Je le trouvais, en fin de compte, probablement très ‘fait’, voire ‘sur-fait’, ajoutant du réel à la réalité, avec l’effet paradoxal qu’il est supposé dénoncer une réalité — la violence d’une certaine maffia — tout en couvrant complètement cette violence par un événement qui la masque, du fait de son aspect surfait, en résultat de quoi l’assassinat de l’inspecteur vétérinaire est finalement réduit à une anecdote (voire même à un attribut: une balle perdue dans une carcasse de voiture).